Sylvain Robben.  

Sylvain Robben vertelt het verhaal van zijn vader, Ludovicus Vitalis Robben – door iedereen Vital genoemd -, die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog naar een Duits werkkamp werd weggevoerd. Het is een verhaal met veel vragen, omdat Vital er later nooit over sprak. Dat het bekertje met de Duitse tekst overleefde, is meer dan eens geluk of toeval geweest.

Vital werd geboren in Schakkebroek (Herk-de-Stad) op 15 februari 1896, als derde zoon in een boerengezin van acht kinderen. Zijn oudste broers hadden hun legerdienst gedaan en waren ook opgeroepen om te gaan vechten. Vital werd dit lot bespaard. Tot vermoedelijk 1916-1917 kon hij zijn vader en moeder bijstaan bij het werk op de boerderij.

Sylvain Robben weet niet met zekerheid wanneer zijn vader werd opgeroepen om naar de werkkampen te gaan; hij vermoedt rond 1916-1917. Hoe de oproep in zijn werk was gegaan, is ook niet duidelijk. Mogelijk via een aanplakbiljet of door verwittiging door de veldwachter? Samen met andere jongens uit de streek die ouder waren dan 18, werd hij verwacht aan het station van Hasselt. Voor Vital en zijn dorpsgenoot Jozef (Jef) Hendrix uit de Grote Straat in Wijer was die tocht te voet geen alledaags voorval. Als boerenzoon kwam hij weliswaar geregeld in Hasselt, voor de verkoop van boter en eieren op de Botermarkt, maar het dagelijkse leven speelde zich in Schakkebroek en Wijer af.

Waar Vital naartoe werd gebracht, weet Sylvain niet. Zijn vader sprak er nooit over. Sylvain weet enkel dat de mannen werden ingezet om in het bos te ontginnen (houtkap). Bij dorpsgenoot Jef Hendrix kwamen er op zijn oude dag minder prettige herinneringen aan het werkkamp naar boven, toen Marieke  Haesevoets hem bezocht tijdens de jaren 1970.

Waar het drinkbekertje vandaan komt, is ook niet meer te achterhalen. Kreeg hij het van een bewaker uit het werkkamp? Was het onderdeel van het servies dat in het werkkamp gebruikt werd? Het is enkel zeker dat  Vital Robben het waardevol genoeg vond om het met zorg veilig tot in Schakkebroek te vervoeren. Na zijn huwelijk in 1929 met Germaine Ruelens  bewaarde hij het bekertje altijd in de ‘goei kamer’ waar het veilig en wel weggeborgen stond. Vital stierf op 7 november 1990.

Toen Sylvain trouwde met Marieke Haesevoets, was hij op zoek naar een goede pennenhouder. Hij zag het bekertje staan, maar stond niet stil bij de tekst die erop vermeld stond. Het bekertje heeft ook de verhuis naar de uiteindelijke woning in 1967 overleefd, en staat sindsdien ook in de vitrinekast, naast kogelhulzen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Op de drinkbeker staat het volgende te lezen: “WIR DEUTSCHE FÜRCHTEN GOTT SONST NICHTS IN DER WELT”. Verder staat er het jaartal 1914 en de hoofdletter W (waarschijnlijk afkorting van WILHELM (Pruisische keizer voor en na WO I ).

Na de Tweede Wereldoorlog waren de ongehuwde zussen en broer van Vital nog gastgezin voor Duitse en Oostenrijkse kinderen, die in grote armoede leefden, en tijdens de zomermaanden op krachten konden komen in België. Die tantes en oom woonden maar honderd meter van ons huis verwijderd; daarom kwamen wij er bijna dagelijks. Men liet twee keer kinderen overkomen voor zo’n verblijf. Sylvain herinnert zich nog steeds de namen van de eerste kinderen: Hubert en Kristina Nijs (ong. 5 à 6 jaar oud).



Pater Joseph Raskin werd geboren in Stevoort in 1892. Hij werd missionaris van Scheut maar trok naar de Eerste Wereldoorlog. Hij werd aan het front gevangen genomen, beschuldigd van spionage en ter dood veroordeeld, maar kon uiteindelijk ontsnappen. Egodocumenten: dagboeknotities, tekeningen.

Woon je in de wijk Stevoort, dan ontvang je jouw brief in de week van 1 oktober 2012.

Bezorg een foto van jouw favoriete erfgoedstuk vóór 26 oktober 2012 in Het Stadsmus, Guido Gezellestraat 2, 3500 Hasselt. Of gebruik dit formulier.
De erfgoedkoning van de wijk Stevoort wordt bekend gemaakt in de week van 5 november 2012.

Nieuwsgierig wie het geworden is en met welk erfgoedstuk en verhaal? Kom dan nog eens kijken, op deze website of in Het Stadsmus.

Straten in de wijk Stevoort:

Alkenstraat, Broekstraat, Burchtstraat, Cijnsbroekstraat, de Libottonstraat, Egelstraat, Fikkeplas, Flinkstraat, Hasseltse dreef, Herkkantstraat (aan de oneven kant vanaf huisnummer 1 tot 105), Herkkantstraat (aan de even kant vanaf huisnummer 2 tot 60), Hertoginnenhofstraat, Hofbeemdenstraat, Jannestraat, Kannaertsstraat, Kermtstraat (aan de oneven kant vanaf huisnummer 89 tot einde straat), Kermtstraat (aan de even kant vanaf huisnummer 118 tot einde straat), Kolmenstraat, Kozenstraat, Laathovenstraat, Lindestraat, Nitsemstraat, Oppenstraat, Oude Molenstraat, Pater Raskinstraat, Regenakkerstraat, Sint-Maartenplein, Schouwburghofstraat, Sterrebos, Stevoortse kiezel (aan de oneven kant vanaf huisnummer 219 tot einde straat), Stevoortse kiezel, (aan de even kant vanaf huisnummer 220 tot einde straat), Valeriaanstraat.

Ik ben kandidaat!

Dit is een drinkbekertje, door mijn vader na de oorlog (1918) meegebracht vanuitDuitsland, waar hij met andere dorpsgenoten verplicht tewerk gesteld was. Ik heb dit bekertje hier in huis.

Het drinkbekertje draagt de tekst: WIR DEUTSCHE FÛRCHTEN GOTT SONST NICHTS IN DER WELT. Verder staat er het jaartal 1914 en de hoofdletter W (waarschijnlijk afkorting van WILHELM (Pruisische keizer voor en na WO I ). Dit bekertje heeft mijn vader na de oorlog (1918) meegebracht vanuit een Duits werkkamp, waarin hij samen met heel wat dorps- en streekgenoten verplicht te werk gesteld was. ( Voor zover ik me nog herinner meen ik dat ze daar hout moesten zagen: bosontginning, bomentransport, e.d.) Zij werden opgeroepen om zich naar het station van Hasselt te begeven, van waaruit ze per trein naar Duitsland werden overgebracht om verplicht te werken. Dit was waarschijnlijk eind 1916 – 1917. Mijn vader was toen 20 jaar (1896-1990).

Sylvain R.