Marleen Martens 

4 augustus 1914, Duitsland valt België binnen, WO I is begonnen, ook voor Hasselaar Leonard Willems, grootvader van Marleen Martens, adjudant bij het 11de . Zijn regiment heeft als opdracht de forten rond Luik te verdedigen. Maar hoe dapper de mannen ook strijden, tegen de Duitse overmacht valt niets te beginnen. Het 11de trekt zich terug richting Antwerpen.

Op 16 oktober 1914 wordt de slag bij Willebroek uitgevochten. Leonard moet het munitiedepot bewaken en raakt gewond. Hij wordt gevangen genomen en naar Duitsland gestuurd. Daar krijgt hij de beste zorgen in het hospitaal van Wesel. Van zodra zijn gezondheid het toelaat verhuist hij naar het kamp Friederichsfeld. Samen met andere Belgen woont hij er in barak 25. Daar ontmoet hij Hasselaar Louis Hendrickx uit de Kapelstraat. Naast Belgen zitten in het kamp ook onder meer Fransen, Engelsen en Russen. 

Het leven in het kamp is strikt geregeld en erg eentonig: 06.00 u. appèl, briefing, vrij tot 10.00 u. postbedeling, 12.00 u. soep, 14.00 u. appèl, 16.00 u. postbedeling, 18.00 u. soep, 19.00 u. vrij, 20.30 u. avondgebed.

Leonard wordt aangesteld als vaguemestre, de onderofficier verantwoordelijk voor de postbedeling. Gevangenen mogen aanvankelijk twee brieven per maand schrijven, die natuurlijk de censuur moeten passeren! Vanaf 16 juli 1915 worden dat twee brieven en vier kaarten: “écrit en Français et bien lisiblement!”. Ze mogen ook brieven en pakjes ontvangen, van familie, vrienden, oorlogsmeters o.a. uit Engeland, Zwitserland of Oceanië, en van de stad Hasselt. Naast kleding en geld worden ook eetwaren opgestuurd: aardappelen, ajuinen, brood, koekjes, wafels, cubes, conserven (soep, groenten, sardines), medicijnen, vijgen en rozijnen. Daarmee wordt het “soepdieet” aangevuld. Om de kledij in orde te houden zijn ook stopgaren en knoopjes welkom., en ter ontspanning partituren en toneelteksten! De Duitsers mogen de gevangenen geen werk geven, dat betekent een zee van vrije tijd. Tijd voor “ontspanning”, tijd voor toneelvoorstellingen zoals Fientje Beulemans. Bij gebrek aan vrouwen spelen de mannen dan maar de vrouwenrollen! Met de inhoud van de pakjes bereiden de mannen ook “feestelijke maaltijden” met tafellaken en aangepaste menukaarten. Op andere momenten wordt Frans, Engels of wiskunde onderwezen. Er is ook tijd voor voetbal, een wandeling of een partijtje schaken. En de mannen met groene vingers kunnen zich uitleven in een heuse groentetuin.

In november 1917 komt er einde aan dit kampleven, dan vertrekken alle Belgische onderofficieren naar Soltau, omdat ze niet flamingant zijn! Leonard blijft er tot het einde van de oorlog in 1918.

Vier jaar lang leefden deze mensen achter prikkeldraad, zonder enige informatie van wat er daarbuiten of aan het front gebeurde. Ze hadden geen idee van de materiële en menselijke verwoestingen die de Groote Oorlog in het vaderland had aangericht!



Theodorus Bollen was 41 jaar toen de Eerste Wereldoorlog losbarstte. Hij zou zich nuttig maken als koerier voor de geallieerden, als radertje in een groter spionagenetwerk. De man bracht geregeld brieven en documenten met informatie over de troepenbewegingen van de bezetter naar een contactadres in Maastricht.

Woon je in de wijk Sint-Katarina dan ontvang je jouw brief in de week van 13 mei 2013.

Bezorg een foto van jouw favoriete erfgoedstuk vóór 7 juni 2013 in Het Stadsmus, Guido Gezellestraat 2, 3500 Hasselt. Of gebruik dit formulier.
De erfgoedkoning van de wijk Sint-Katarina wordt bekend gemaakt in de week van 17 juni 2013.

Nieuwsgierig wie het geworden is en met welk erfgoedstuk en verhaal? Kom dan nog eens kijken, op deze website of in Het Stadsmus.

Straten in de wijk Sint-Katarina:

Abraham Orteliuslaan, Andreas Vesaliuslaan, Bondgenotenlaan, Bosstraat (vanaf huisnummer 1 tot 121), Bosstraat (vanaf huisnummer 2 tot 130), Casterstraat, Casterhovenstraat, Dijkevoetweg, Elf-Novemberlaan, Ferdinand Verbiestlaan, Gerard Mercatorlaan, Gouverneur Verwilghensingel, Harpstraat, Heldenplein, Jan Palfijnlaan, Jan van Helmontlaan, Justus Lipsiuslaan, Leonard Lessiuslaan, Maastrichtersteenweg (vanaf huisnummer 68 tot 248), Maastrichtersteenweg (vanaf huisnummer 83 tot 249), Muggenstraat, Nicolaas Cleynaertslaan, Oudstrijderslaan, Peter Benoitstraat, Plankeweidelaan, Rembert Dodoenslaan, Simon Stevinlaan, Singelbeekstraat, Sint-Katarinalaan, Sint-Katarinaplein, Vlindersstraat, Voorstraat, Vuurkruisenlaan, Watermansvoetweg, Weerstandslaan, Zeven-Septemberlaan.

Ik ben kandidaat!

Wij hebben verschillende mooie aandenkens aan WO I van onze (groot)vader Gerard Joseph Forier (1896-…) en (groot)oom Leonard Isidore Forier, die wij intussen allemaal schonken aan Het Stadsmus: van Gerard een Yserdiploma 1914-1918, medailles en eretekens, vuurkaart, Guldenboek der Vuurkaart, militair paspoort, persoonlijk zakboekje met enkele persoonlijke foto’s en Morsecode, een prachtig ingelijst zakdoekje en enkele lege kogelhulzen. van Leonard een mobilisatiezakboekje met foto, identiteitskaart en  strijderskaart. Wij hopen dat op deze manier het verhaal van onze familie voor altijd bewaard blijft.

Maria en Eddy F.


Ik ben kandidaat!

In mijn archieven had ik een doodsprentje van Henricus-Josephus Vanpaeschen (1893-1915), een soldaat van het Elfde Linieregiment. Ook een foto van zijn eerste graf met daarop zijn foto bevestigd, die ook op het prentje staat. Ik deed wat opzoekingen en kon zijn stamboom min of meer terug samenstellen.

Zijn foto hangt ook in de grote kader op de vierde verdieping van Het Stadsmus, Fotolijst van oorlogsgesneuvelden Hasselt 1914-1918.

Etienne L.


Ik ben kandidaat!

Er logeerde bij mijn grootouders in Oud-Rekem tijdens de oorlog een Schot met een paard, en mijn vader kreeg bij zijn afscheid de karwats die de soldaat gebruikte om het paard te slaan. Mijn vader is geboren in 1899 en was te jong om mee te vechten in de Eerste Wereldoorlog. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij dan net 40 geworden en te oud.

Janine T.


Ik ben kandidaat!

Mijn grootvader, Leonard Willems, adjudant bij het 11e Linieregiment, werd in de slag bij Willebroek op 16-10-1914 gewond, gevangen genomen en naar het hospitaal van Wesel gebracht. Hij werd er naar eigen zeggen goed verzorgd.

Daarna verbleef hij van 06-12-1914 in barak 25 van het kamp Friederichsfeld. Hij was er ‘vaguemestre’: belast met het bedelen van de post. Het contact met de buitenwereld was zeer beperkt! Brieven, pakjes, foto's moesten de censuur passeren!

De gevangenen organiseerden, omdat ze weinig om handen hadden, het leven in het kamp. Ze kookten, herstelden hun kleding, werkten in hun tuintje,gaven en/of volgden les. Ze hielden zang- en toneelavonden en hielden 'feestelijke etentjes' met kerst en Pasen.

In 1918 werd hij nog overgeplaatst naar Munster en Minden in Westfalen.

Marleen M.


Ik ben kandidaat!

Ik bezit een uniek fotoalbum met foto’s van mijn vader tijdens WOI. Hubert-Emile Marckelbach werd geboren in Borgloon op 11-04-1891.

Ernest M.


Ik ben kandidaat!

Ik heb nog twee  kleine voorwerpen van de eerste wereldoorlog, nl. twee ijzeren houdertjes voor luciferdoosjes. Eéntje toebehorend aan mijn grootvader en peter Johannes (roepnaam Jean en Jan) Lambertus Goorts. Geboren te Hasselt 27.01.1882 en gestorven in een instelling in Grembergen op 04.05.1956. Hij ligt begraven op het kerkhof in Hasselt op het erepark der Oudstrijders, ik heb zijn doodsprentje. Op 31 mei 1909 getrouwd met mijn grootmoeder Joanna Bertilia Vannitsem, ik heb ook hun trouwboekje nog in mijn bezit. Hij kwam uit de oorlog 14-18 als invalide terug (verlamming aan de benen) en reed in een invalidenwagentje, welke hij al draaiend aan een stuur met zijn handen moest voortbewegen. Tussen de twee oorlogen in deed hij alzo de bewaking over de geparkeerde auto’s voor “De Drie Pistolen” op de Grote Markt en “leefde” er van de fooien die hij ontving. Mijn grootmoeder heeft noodgedwongen een kruidenierswinkeltje gehad in hun huis in de Casterstraat 17, want ze hadden intussen 5 kinderen.  Zijn laatste levensjaar heeft hij doorgebracht in een instelling, ik vermoed voor oorlogsinvaliden, in Grembergen, hij kon thuis niet meer verzorgd worden.

Het andere houdertje is van mijn grootoom Joannes Louis Vannitsem, de jongere broer van mijn grootmoeder. Hij was vrijgezel en woonde lange tijd bij mijn grootouders in en had er een schrijnwerkerij. Geboren op 21.07.1890 Hasselt en gestorven op 04.11.1960, ook van hem heb ik het doodsprentje.

Als er kinderen in de buurt waren werd er over de oorlog niet gepraat, mijn grootmoeder zei wel om de haverklap “…’t moest nog maar eens oorlog zijn…”.

M. Wissels