Paul Vranken vertelt het verhaal van zijn grootvader Pieter-Michiel Quintiens en diens zoons: Leopold, Arthur, Andreas (24 april 1897 – Kortemark, 15 oktober 1918) en August (3 september 1898 – Leopoldsburg, 27 juli 1919), die in een boerderij aan de Luikersteenweg 77 (Hollandsveld) opgroeiden. Van hun wedervaren tijdens de Eerste Wereldoorlog worden er in de familie nog verschillende documenten, krantenartikels en foto’s bewaard. Paul Vrankens moeder heeft het vele malen opnieuw verteld, omdat het een familieverhaal met grote impact is.

Andreas, “nonkel André” was 17 toen hij zich in 1915 buiten het medeweten van zijn ouders als vrijwilliger opgaf om te gaan vechten tegen de Duitsers. Op een ochtend, treuzelde hij aan de voordeur, alvorens naar het atheneum te vertrekken, en riep een paar keer: “Ik ben weg hé !”. Zijn moeder maande hem aan om niet te laat aan te komen in school; zij had er geen vermoeden van dat hij eigenlijk naar het front vertrok. Achteraf is terug te vinden op de aanwezigheidslijst van het atheneum: “Les élèves Baerts et Quintiens sont absents depuis hier 25 janvier et nont pas encore justifié leur absence”. Dat nieuws zou ze pas ’s avonds krijgen, toen de pastoor (of de kapelaan) haar een afscheidsbrief kwam brengen.

Andreas’ oudere broer Arthur wil zijn broer steunen aan het front en laat zich ook inlijven. Beiden vinden elkaar terug en hebben samen gestreden. Tijdens de laatste dagen van het oorlogsgeweld sneuvelt André in Kortemark. Zijn broer keert terug naar huis, maar heeft – ondanks de goede relatie die Paul met zijn nonkel had – nooit over de oorlogsgruwel spreken met hem. Arthur heeft altijd bij de NMBS gewerkt en kreeg nog dikwijls ziekteopstoten van de gasaanvallen van de Duitsers.

Op het thuisfront waren grootvader Pieter-Michiel en oudste zoon Leopold intussen zeer actief geweest met sabotage tegen de Duitsers, het opvangen van ontsnapte krijgsgevangenen en het helpen onderduiken van Franse soldaten. Na de oorlog ontving Michel daarvoor van de Franse regering de hoge onderscheiding ‘Légion d’Honneur’. Zijn doodsbrief vermeldt ook dat hij politiek gevangene was tijdens de oorlog.

Leopold was actief bij het verzet. Toen de Duitsers wisten dat er twee broers verdwenen waren en dus zo goed als zeker in het Belgische leger vochten, zouden twee Duitsers Leopold verplicht hebben rond te rijden met paard en kar, met een revolver tegen zijn slaap, om te zeggen waar de broers zich bevonden. Maar Leopold zou niet toegegeven hebben.

August, ten slotte, had zich – blijkens een registratie van oorlogsvrijwilligers in opdracht van de Duitsers, in 1915 – ook opgegeven om mee te strijden in het Elfde Linieregiment. Kort na de oorlog is hij gestorven bij een ontploffing in Leopoldsburg in 1919. Paul bewaart nog een postkaart die August stuurde naar zijn ouders vanuit Leopoldsburg. die ook kort na de oorlog is gestorven.

Jaren na het einde van de oorlog kwam er een pater of broeder op bedelronde langs de boerderij om steun te vragen voor een goed werk. Hij mocht mee aanschuiven aan tafel en na wat gebabbel merkt hij een foto van André op. En dan vertelt hij dat hij André heeft zien sneuvelen in Kortemark. Hij was in de kelder aan het schuilen voor het oorlogsgeweld en zag door een kelderraam dat onze troepen een charge uitvoerden op de terugtrekkende Duitsers en dat onze voorste troepen heel  snel terreinwinst maakten op de vijand. Onze artillerie schoot granaten af over onze gelederen heen, maar omdat die zo snel vorderden, sneuvelden verschillende van onze soldaten onder eigen granaatvuur. Toen de stormloop voorbij was is hij tot bij André gelopen. Hij zou zijn gezicht nooit vergeten. Voor Pauls grootouders – zeer gelovige en eenvoudige mensen – was het een teken van hun zoon uit het hiernamaals, dat ze nu eindelijk wisten hoe hun zoon gesneuveld was.

Foto's 

André Quintiens
Arthur Quintiens
De twee broers aan het front
Foto opgestuurd naar het front
In de loopgraven
Arthur met meters
Huldediploma van Arthur



Tot nu toe hebben wij nog geen persoonlijk verhaal van een inwoner van Kuringen (Kuringen-Centrum, Stokrooie, Tuilt, Schimpen, Sint-Jansheide). Foto: collectie Het Stadsmus, 1988.0189.00, Souvenir 1918 from France, borduurwerk.

Ik ben kandidaat!

Ons verhaal begint in 1893 bij mijn overgrootvader, Louis Leenaers.
Geboren te Kuringen op 17 december 1893 (1). Hij als tweede kind van een gezin van 5, zal niet zolang school lopen, daar hij als oudste zoon zal moeten zorgen voor het inkomen en het onderhoud van het gezin. Als landbouwer knecht zal hij werken voor de boeren van Kuringen en eveneens hun eigen beesten en beetje land wat  de familie bezat te onderhouden. Het alledaagse werk wat ze deden leverden voor het gezin een redelijk goed bestaan. De vader van Louis Leenaers, Christiaan Casimir Leenaers , werkte ook als koetsier bij een rijke familie in Kuringen, bij het gekende kasteeltje van Horsmans aan het ronde punt, net als de oudere zus van Louis, Marie Leenaers die als huispersoneel ook  voor de familie van het kasteeltje werkte.  19 jaar is Louis als hij op 15 september 1913 (2) in dienst gaat bij het leger.

Het  4 Artillerie was Louis Leenaers zijn regiment.
De 4de Divisie, een overwegend Franstalige divisie, had in augustus 1914 de vesting Namen  verdedigd van 20 tot 23 augustus 1914 tegen de Duitse overmacht.

Na de aftocht van Namen, besloot de vijand alle infanteriegevechten te vermijden en de vesting en het garnizoen te verpletteren onder een regen van granaten. Het Duitse leger volgde, na de val van Luik, langs beide oevers de Maas richting Frankrijk. Het Franse leger nam stellingen in bij de Samber. Op 23 augustus 1914 waren alle stellingen en het fort vernield en op 5 september 1914 werd aan de 4e Legerdivisie bevel gegeven zich terug te trekken.
De terugtocht was moeizaam, traag en pijnlijk. De weg was versperd door wagens,  die niet vooruit konden en de colonne werd achteraan en opzij bestookt door de Duitsers. De 4e divisie trok via Mariemburg, Couvin, Eteignières, Auvillerds naar Liart, waar ze per trein naar Rouen en later naar Le Havre gevoerd werden. Hier scheepten ze in voor Oostende en Zeebrugge. De 5e september werd de 4e divisie heringericht te Kontich, om ingezet te worden bij de verdediging van Antwerpen. De 4e divisie bracht een bloedige nederlaag toe aan de 37e Landwehrbrigade in de omgeving van Dendermonde.

Maar vanaf 5 oktober 1914 werd de toestand kritiek en op 7 oktober 1914 begon de terugtocht naar de IJzer.
Zoals reeds vermeld, lag op 12 oktober 1914 het hele Belgische leger in de vlakte van de IJzer.

Het 4e Artillerie maakte de artillerie uit van de 4e Infanteriedivisie (8e, 10e en 18e Linieregiment), met welke zij den sector van Elverdinge bezette. Vooraleer zich achter de IJzer terug te trekken. Tijdens de Slag aan de IJzer, in oktober 1914, lag deze legerdivisie naast de 1ste legerdivisie in de beruchte bocht van Tervate. Van eind 1914 tot begin 1917 verbleef de 4de legerafdeling vooral in het noordelijke deel van het IJzerfront, met kantonnement in Wulpen. In mei-juni 1917 was de divisie actief in de sector Steenstrate. De divisie vocht mee in de omgeving van Merkem, toen daar in april 1918 de Slag bij De Kippe werd uitgevochten. Tenslotte werd deze divisie ook tijdens de eerste fase van het Geallieerde Bevrijdingsoffensief van september 1918 volop ingezet.
Op 16 April 1918 overlaadden drie vooruitgeschoven secties zich met roem in het voorspel van den slag bij Merkem.
Bij het bevrijdingsoffensief is het 4e Artillerie opgesteld in de nabijheid van Diksmuide. Het neemt deel aan de verovering van de Flandern-Stellung, aan de inname van Kortemark en van Torhout, aan de gevechten bij Aalter, Bellem en Hansbeke tot aan het afleidingskanaal der Leie.
Als versterking naar Deinze, bij het Fransche 34e Legerkorps gezonden, behaalt het een vermelding op de dagorder van dit Legerkorps.
Bij de wapenstilstand werd het 4e Artillerie per etappe naar Düsseldorf gezonden, waar het gedurende4 maanden aan de Rijn de wacht hield. Teruggekeerd in België, werd het bij de reorganisatie van het leger bij de reserveregimenten gerangschikt.

Louis Leenaers , en zijn regiment-genoten werden voor dit heldhaftig optreden ook met eretekens onderscheiden.  Op 31 januari 1919  arriveerde hij in Hasselt na 54 maanden.

Op 26 oktober 1937 ontving Louis zijn definitief ontslag van het wervingsbureel van Hasselt  ondertekend door de Commandant  Majoor Vanhamme.

Sven en Kris L.

Ik ben kandidaat!

Graag wil ik ’n verhaal vertellen van mijn nonkels Quintiens Andreas, geboren  te Hasselt op 24 april 1897 en gesneuveld op 15 oktober 1918 te Cortemarck en  zijn broer Quintiens Arthur.

Mijn nonkel  André  was voor die tijd ’n goede student aan ’t Atheneum van Hasselt en zonder medeweten van zijn ouders had hij zich als vrijwilliger aangegeven om te gaan vechten tegen de Duitsers. Hij was nog maar 17.

Op zekere morgen vertrok hij naar school en bleef wat aan de deur treuzelen en had al ’n paar keer gezegd: “Ik ben weg hé !” Dat bomma hem nog aanmaande te vertrekken om niet te laat in school aan te komen, kon zij toch niet vermoeden dat André  naar ’t front vertrok.

’s Avonds komt de Pastoor of Kapelaan het nieuws vertellen dat hij als vrijwilliger naar ’t front vertrokken was en bracht ’n afscheidsbrief, die achteraf ook vanop de preekstoel werd voorgelezen.

Omdat André nog zo jong was laat zijn oudere broer Arthur zich ook inlijven om alzo met hun beiden elkaar  te steunen aan ’t front. Zij hebben elkaar daar teruggevonden en zijn altijd samen blijven strijden voor onze vrijheid.

Spijtig genoeg is André in de laatste dagen van die verschrikkelijke oorlog gesneuveld in Cortemarck.

Nonkel  Arthur is met veel verdriet terug thuis gekomen om dat slechte nieuws aan mijn grootouders te vertellen. Je moet maar pech hebben om na 4 jaar ellende in de loopgraven op een van de laatste dagen van de oorlog nog te sneuvelen.

Jaren later komt op de boerderij van mijn grootouders op het Hollands veld ’n pater of broeder die op bedelronde is voor een of ander goed werk wat steun vragen. Hij wordt vriendelijk ontvangen en mag aan tafel mee aanschuiven.

Na wat gebabbel krijgt hij ’n foto van André in ’t oog en vraagt aan Bomma wie dat is. En dan verteld  hij dat hij André heeft zien sneuvelen in Cortemarck . Hij was in de kelder aan ’t schuilen voor ’t oorlogsgeweld en zag door ’t kelderraam dat onze troepen ’n charge uitvoerden op de terugtrekkende Duitsers en dat onze voorste troepen heel  snel terreinwinst maakten op de vijand. Onze artillerie schoot granaten af over onze gelederen, maar omdat die zo snel vorderden, sneuvelden verschillende van onze soldaten onder eigen granaatvuur. Toen de stormloop voorbij was is die pater tot bij mijn nonkel gelopen, maar er kon geen hulp meer baten, maar hij had dat gezicht altijd onthouden. Voor mijn grootouders was dat ’n openbaring te weten hoe hun zoon gesneuveld was en door ’t feit dat die pater allerlei details wist te vertellen moest ’t wel waar zijn. Voor hen,  als zeer gelovige eenvoudige mensen, was dat ’n teken van hun zoon vanuit ’t hiernamaals.

 Ik vind ‘t ’n straf verhaal dat mijn moeder mij meerdere keren samen met nog andere anekdotes heeft verteld.

Nonkel Arthur is dan uiteindelijk bij de NMBS gaan werken en heeft achteraf nog dikwijls ziekteopstoten gekregen van de gasaanvallen van de Duitsers aan ’t front.  Alhoewel ik ’n zeer goede relatie met hem had, heeft hij mij nooit veel verteld over de gruwel aan ‘t front . Ik zal te jong geweest naar zijn mening en wou mij de oorlogsellende besparen.

Op het thuisfront was mijn grootvader Quintiens Michel en de oudste zoon Leopold zeer actief  in allerlei sabotagedaden en in ’t opvangen van ontsnapte krijgsgevangenen. Mijn grootvader heeft trouwens van de Franse regering de hoge onderscheiding van hun “Légion d’Honneur” gekregen voor ’t helpen onderduiken van Franse soldaten.

Paul V.

Ik ben kandidaat!

Mijn grootvader Eduardus Bonneux (26.8.1861-4.10.1948) was de wijkagent van Stevoort, toen ook wel de ‘garde’ genoemd maar hij had de bijnaam de ‘Boy van Stevoort’. Hij hield de wekelijkse oorlogskrantjes bij en liet dit later inbinden door boekbinder Neven in de Kleine Capucienenstraat tot een boek van 2.000 bladzijden. Ik erfde dit van hem.

Paula B.

Ik ben kandidaat!

Als jonge man kwam mijn vader Arthur Heeren (1900-1989) in vele boerderijen in de omgeving van Alken waar zijn ouders ook boerderij hadden. Op zekere dag bij de inval van de Duitsers was hij bij een collega gaan helpen,een soort wederdienst onder de boeren. Op zeker ogenblik hoorden ze schoten en kregen ze schrik en vluchten ze met z'n allen de kelder in, zo'n halve trap naar beneden met een klep als trap naar boven. De Duitsers waren te paard en bestormden de boerderij...alle mensen trachtten te vluchten langs kelder,vensters enz. Mijn vader was als 3de of 4de eruit en degene die achter hem kwam werd met de bajonet de kelder ingestoken en daarna staken ze de boerderij in brand...deze brandde volledig af! De anderen liepen voor hun leven en kwamen er met de schrik vanaf.
Bij een andere gelegenheid ging hij ook naar een boerderij waar Duitsers op bezoek waren
toen hij eraan kwam,hij aarzelde om binnen te gaan en bedacht zich en ging weg. Een beetje verder kwam hij een pastoor tegen die aan wegvluchten was van de Duitsers en zodoende vluchtte mijn vader mee de weide in maar wat verder was er een anderhalve meterhoge meidoornhaag waar ze over moesten...mijn vader en zelf de pastoor met zijn lange rok slaagden erin ,op de vlucht voor hun leven,alsof het niets was om over deze hoge haag te springen. Ze liepen tot aan een klein afdak waar landbouwmateriaal opgeborgen was. Aan de wand ging een zeis en toen de Duitsers die eraf schoten moesten ze weer voor hun leven lopen. Ze hadden ditmaal weer een beetje geluk!

Roger H.

Woon je in de wijk Kuringen, dan ontvang je jouw brief in de week van 29 oktober 2012.

Bezorg een foto van jouw favoriete erfgoedstuk vóór 23 november 2012 in Het Stadsmus, Guido Gezellestraat 2, 3500 Hasselt. Of gebruik dit formulier.
De erfgoedkoning van de wijk Kuringen wordt bekend gemaakt in de week van 3 december 2012.

Nieuwsgierig wie het geworden is en met welk erfgoedstuk en verhaal? Kom dan nog eens kijken, op deze website of in Het Stadsmus.

Straten in de wijk Kuringen:

Aardbergstraat, Albertkanaalstraat, Aldenhovenweide, Andreas Alenusstraat, Annie M.G. Schmidtstraat, Arthur Erartsstraat, Beemdweg, Berkerwinningstraat, Beuzestraat, Beyenstraat, Billikstraat, Bivakveld, Blookstraat, Bosbeekstraat, Bosvijverstraat, Braambessenstraat, Bredestraat, Bremsstraat, Bruynebosstraat, Coenestraat, Colemontstraat, Crutzenstraat, Deken Habrakenstraat, Diepstraat, Dormaalstraat, Dorpsbeekstraat, Drakerstraat, Driekoppenstraat, Eckelsvennestraat, Elfenbergstraat, Frambozenstraat, Galgebergstraat, Gebrandestraat, Gemeentebosstraat, Gierkensstraat, Goorstraat, Grasvennestraat, Groenstraat, Grote Baan, Grote Bameriklaan, Grote Breebeemdlaan, Grote Negenbundersstraat, Haagdoornlaan, Haagstraat, Heerstraat, Heidebergstraat, Heivinkenstraat, Heksenheide, Henri Eyckmansstraat, Hentjenslaan, Herkenrodebosstraat, Herkenrodedreef,Het Witveld, Holrakkerstraat, Hommelheide, Hoogheide, Hoogveld, Jaarmarktstraat, Jessenhofstraat, Joris van Oostenrijkstraat, Kanaalstraat, Kleine Bameriklaan, Kleine Breebeemdlaan, Kleine Negenbundersstraat, Klein-Spanjestraat, Koorstraat (vanaf huisnummer 84 tot einde straat), Krollebosstraat, Kromvennestraat, Kuilbergstraat, Kuringenstraat, Kuringersteenweg (aan de even kant vanaf huisnummer 308 tot einde straat), Kuringersteenweg (aan de oneve kant vanaf huisnummer 301 tot einde straat), Lammerweg, Langvennestraat, Larestraat, Maria Pypelinckxstraat, Massinweg, Meidoornlaan, Mettestraat, Mevrouwhofstraat, Monerikstraat, Muggebeekstraat, Nieuwstraat, Olmenbosstraat, Oude-Heidestraat, Overdemerstraat, Paardenweideweg, Pallekensbergstraat, Paul Hermansstraat, Paule Nolensstraat, Pelgrimlaan, Pierre Coxstraat, Pikanshoefstraat, Poelstraat, Populierenstraat, Prinsenhofweg, Rechterstraat, Reyderstraat, Rietvennestraat, Rijkelstraat, Rode-Rokstraat, Roeselstraat, Roverstraat, Sacramentstraat, Salamanderstraat, Schabbestraat, Schampbergstraat, Schansstraat, Schellestraat, Schimpenstraat, Schotelstraat, Schouterveldstraat, Schuttersstraat, Schuurkensstraat, Schuurstraat, Semmestraat, Seringenstraat, Simpernelstraat, Sint-Amandusstraat, Sint-Gertrudisheide, Sint-Gertrudisstraat, Sint-Janshoefstraat, Sint-Jansstraat, Sint-Jozefsplein, Sint-Kwintenstraat, Slangbeekstraat, Snapperstraat, Stevoortse kiezel, Stokrooieweg, Tuilterstraat (aan de oneven kant), van groesbeekstraat, Veldstraat (aan de oneven kant vanaf huisnummer 109 tot einde straat), Veldstraat (aan de even kant vanaf huisnummer 164 tot einde straat), Vettersstraat, Vettersweidestraat, Vilstraat, Vlierstraat, Waterlozestraat, Waterstraat, Weidestraat, Wierhoekstraat, Winterbeekstraat, Zolderse kiezel.