Irčne en Betty Reekmans - Familiefoto 

Frans Celus, grootvader van Irène en Betty Reekmans, werkte als huisknecht op het kasteel van Bokrijk toen hij door de Duitsers werd opgeëist en als dwangarbeider naar Frankrijk werd afgevoerd. Waarschijnlijk verbleef hij daar in de buurt van Reims. Wat hij er precies moest doen weten Irène en Betty niet, over de oorlog werd weinig of niets verteld. Ook is niet duidelijk in welk jaar hij vertrok. Maar vermits kleine Maria, al een stevig kindje op de schoot bij moeder, pas in maart 1916 geboren werd moet het ten vroegste einde 1916 en eerder begin 1917 geweest zijn. Temeer daar de Duitsers vanaf 1917 hun dwangarbeiders naar de frontstreek in Frankrijk stuurden. Die dwangarbeiders moesten er spoorwegen aanleggen, loopgrachten graven, prikkeldraad spannen, steen kappen in de groeven, houthakken …. . Frans zal dus wel één van die taken gekregen hebben.

Frans, ver weg in Frankrijk, maakte zich toch wel ongerust over de situatie op het thuisfront. Hoe zat het met de zonen Jozef en Petrus? Waren zij ook opgeëist of nog thuis? Konden zij voor de kost zorgen? Om geen argwaan te wekken bij de Duitsers durfde Frans zijn ongerustheid niet zwart op wit op papier zetten, durfde hij niet naar Jozef en Petrus vragen in een brief. Slapende honden laat je best slapen. Briefwisseling was onderhevig aan censuur, zeker als ze van een dwangarbeider kwam. Dus vroeg hij zijn vrouw naar een foto van het gezin. En zo wist Frans dat de twee oudsten nog bij moeder thuis waren en voor de kost konden zorgen. Beiden werkten in de mijn. Ze moesten niet gaan vechten en werden, ook door de Duitsers, met rust gelaten.

Frans gerust gesteld, maar dat wilde niet zeggen dat het leven in de boerderij aan de Zonhovenstraat in Kiewit een pretje was. Jozef en Petrus waren de enige kostwinners. Met wat zij verdienden moest moeder haar gezin eten geven. Dus werd er zelf brood en soms taart gebakken, er werd hout gesprokkeld voor het vuur en er werd geoogst in een kleine groentetuin.

Ik ben kandidaat!

Het is een geelkoperen familie-erfstuk van 10 bij 7 cm en met een dikte van 0,5 cm. De asbak is uit het koper uitgesneden in een breed ovalen vorm.

Aan de linkerzijde zie je in profiel het bovenlichaam van een Belgische soldaat uit de Eerste Wereldoorlog met zijn karakteristieke helm. Hij strekt de linker arm uit en grijpt een arend bij de keel. De betekenis is duidelijk: de Belgische soldaat wil de Duitse adelaar met open bek de keel toeknijpen om hem te versmachten. Aan de rand is de asbak ingekerfd en mooi versierd.

De asbak is herkomstig van mijn grootvader Johannes Duchâteau van Vechmaal. Ik heb hem van mijn ouders geërfd.

Ik herinner mij dat mijn grootvader vertelde dat hij in de oorlog van 1914-1918 bij het Belgisch leger als soldaat dienst deed. Hij werd in een krijgsgevangenkamp in de kuststreek van Noord-Frankrijk vastgehouden. Om aan te tonen dat hij getrouwd was, kocht hij een gouden trouwring in 21 karaat goud. Ook die trouwring is mij geschonken en ik heb hem nog verscheidene jaren zelf gedragen.
De asbak is een mooi uitgegraveerd kunststuk, dat mijn grootvader eigenhandig heeft gesneden in dat dik stuk geel koper. Hij had toen ter plaatse een zee van tijd en heel stiekem buiten het weten van de Duitse bewakers heeft hij met veel geduld en kunstzin dit provocerende werkje tot stand gebracht. Het is voor mij bijzonder waardevol en naast de trouwring de enige concrete herinnering aan mijn grootvader aan vaders kant.

Ghislain D.

Ik ben kandidaat!

Wij hebben een foto van onze grootmoeder met haar kinderen, de baby op schoot is onze moeder (°1916). De foto werd speciaal gemaakt om op te sturen naar onze grootvader, die door ‘Den Duits’ was weggevoerd. Zo stelden ze hem vanuit het thuisfront gerust dat zijn twee oudste zonen nog bij hun moeder waren. De jongens werkten in de mijn en moesten daarom niet gaan vechten in de oorlog. Zij waren op dat moment de enige kostwinners.

Irene en Betty R.

Ik ben kandidaat!

Ik heb het hele dikke boek ‘Onze helden gesneuveld voor het vaderland 1914-1918’, met daarin een lijst en brieven van gesneuvelden.

Ik erfde dit van mijn moeder die het kreeg van haar vader. Mijn grootvader Antoine Frederick Edmond Vandegaer vocht mee in de oorlog en werd nadien rijkswachter te paard. Ik heb van de oorlog van hem enkel een brevet van de herinneringsmedaille gedateerd 22/9/1919. Ik heb ook een mooie foto van mijn grootvader in zijn rijkswachteruniform.

Arlette M.

Woon je in de wijk Kiewit dan ontvang je jouw brief in de week van 21 januari 2013.

Bezorg een foto van jouw favoriete erfgoedstuk vóór 15 februari 2013 in Het Stadsmus, Guido Gezellestraat 2, 3500 Hasselt. Of gebruik dit formulier.
De erfgoedkoning van de wijk Kiewit wordt bekend gemaakt in de week van 25 februari 2013.

Nieuwsgierig wie het geworden is en met welk erfgoedstuk en verhaal? Kom dan nog eens kijken, op deze website of in Het Stadsmus.

Straten in de wijk Kiewit:

Bedrijfsstraat, Berkenlaan, Bokrijkseweg , Carnegielaan, Droogvennelaan, Eendrachtlaan, Europalaan, Grootboomweg, Hasseltse Beverzakstraat, Henri Dunantlaan, Hoogvennestraat, Kempische steenweg (aan de oneven kant tot huisnummer 293, aan de even kant tot huisnummer 416), Kiewitdreef, Kiewitstraat (aan de oneven kant tot huisnummer 242, aan de even kant tot huisnummer 253), Lisbloemstraat, Louis Pasteurstraat, Luchtvaartstraat, Mokenweg, Nobellaan, Paalsteenstraat, Paalvennestraat, Putvennestraat, Ranonkelstraat, Rietstraat, Schrijnbroekstraat, Sparrenlaan, Stadsheide, Tulpinstraat, Vijversstraat, Vliegveldstraat, Walenstraat, Waterleliestraat, Zavelvennestraat, Zonhovenstraat, Zwartvennestraat.



Het vliegershof is het gebouw waar de piloten voor de eerste wereldoorlog samen kwamen. Tijdens de oorlog werden alle vliegactiviteiten op het vliegveld van Kiewit gestaakt. Of was er toch beweging. Wie weet meer?